Uren besteed aan social media telden niet allemaal mee voor urencriterium

Datum: 8 oktober 2019

Mevrouw X exploiteerde in een firma met haar echtgenoot een IT-bedrijf. In haar aangifte IB 2016 maakte mevrouw X aanspraak op de zelfstandigenaftrek. Volgens haar urenspecificatie had zij 1.470,5 uren gewerkt in de onderneming, waarvan 600 uren (2 uur per dag) waren besteed aan social media en 300 uren (1 uur per dag) aan overige media. De inspecteur weigerde de zelfstandigenaftrek. Mevrouw X ging in beroep en stelde dat zij via social media diverse hashtags op twitter en ondernemersgroepen op facebook volgde. Ook gebruikte mevrouw X social media om concurrenten te volgen en de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van IT bij te houden. De overige media betrof tv, radio en kranten. Het lezen van de krant droeg volgens mevrouw X vooral bij aan de representatieve functie van het bedrijf. In geval van "lief en leed" kon een kaartje of bloemetje naar de betreffende persoon worden gestuurd. Op de radio luisterde mevrouw X vooral naar business radio. Rechtbank Noord-Nederland besliste dat mevrouw X niet aannemelijk had gemaakt dat zij aan het urencriterium had voldaan. De Rechtbank geloofde wel dat mevrouw X, net als vele anderen, dagelijks vaak gebruik maakte van diverse (social) media, maar zij maakte volgens de Rechtbank niet aannemelijk dat dit gebruik betrekking had op werkzaamheden voor de onderneming. Zij had over de aard van dit "zakelijk" gebruik van (social) media slechts in zeer algemene bewoordingen iets gesteld, terwijl de totale omvang van deze werkzaamheden nagenoeg 2/3 deel van haar totale werkzaamheden uitmaakte. De Rechtbank verklaarde het beroep van mevrouw X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 18-10-2019