Uitgebreid commentaar van NOB op belastingplannen voor 2020

Datum: 7 oktober 2019

De NOB heeft een commentaar uitgebracht op de wetsvoorstellen uit het pakket Belastingplan 2020. Wij ontlenen hieraan het volgende:

  • De versobering van de zelfstandigenaftrek komt volgens de NOB op een ongelukkig moment, omdat de Commissie Borstlap bezig is met een onderzoek naar de positie van ZZP’ers en (schijn)zelfstandigen. De NOB vraagt de staatssecretaris met een wetswijziging te wachten totdat de commissie haar bevindingen heeft gerapporteerd.
  • De NOB kan geen begrip opbrengen voor de voorgenomen afschaffing van de verlaging van het algemene Vpb-tarief voor het jaar 2020. Het Vpb-tarief "oogt zo langzamerhand als een kerkhof van gesneuvelde beloften".
  • Aangezien de IB-ondernemer al per 1 januari 2020 profiteert van de algemene tariefsverlaging in box I en het algemene Vpb-tarief ongewijzigd blijft, ziet de NOB geen reden om het box II-tarief te verhogen.
  • De NOB heeft fundamenteel bezwaar tegen het openbaar maken van vergrijpboeten die zijn opgelegd aan medeplegers. In een rechtstaat past het volgens de NOB niet (goed) om een generieke maatregel in te voeren waarmee het fundamentele krachtsverschil tussen de heffende overheid en de individuele burger wordt vergroot. Bovendien is het publiceren van een opgelegde vergrijpboete een zware sanctie met vergaande (potentieel blijvende) impact op de privacy van de betrokkene.
  • De NOB is verheugd dat nu ook voor de berekening van belastingrente over (voorlopige) aanslagen Vpb aansluiting wordt gezocht bij de wettelijke aangiftetermijn. Voorwaarde is dat de (voorlopige) aanslag conform de aangifte wordt vastgesteld. De NOB vindt het logischer om alleen belastingrente in rekening te brengen voor zover de verschuldigde belasting hoger is dan de aangegeven belasting.
  • De voorgestelde Wet bronbelasting werkt volgens de NOB onevenredig hard uit in de situatie waarbij betalingen plaatsvinden aan een vaste inrichting van de belastingplichtige in Nederland of in een andere niet-laagbelastende jurisdictie. Ook is de NOB het niet eens met de verregaande bevoegdheden die de inspecteur in het kader van de heffing van bronbelasting krijgt (waaronder de uitgebreide naheffingsmogelijkheden en de mogelijkheid om bestuurders aansprakelijk te stellen). Verder zou een tegenbewijsmogelijkheid moeten worden geïntroduceerd waarmee belastingplichtigen de mogelijkheid krijgen te bewijzen dat er geen sprake is van een kunstmatige structuur die is opgezet met als doorslaggevende reden het vermijden of uitstellen van belastingheffing.
Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 18-10-2019