Claimen veel te hoge aftrek weekenduitgaven navorderbare kwade trouw

Datum: 10 september 2019

In hun aangiften IB 2008 brachten X en zijn echtgenote € 26.100 aan weekenduitgaven voor gehandicapten in aftrek in verband met het verblijf van hun zoon in een AWBZ-instelling. De aanslag werd overeenkomstig de aangifte vastgesteld. Dat gebeurde ook met de aangifte IB 2009. Naar aanleiding van de aangifte IB 2010 stelde de inspecteur vragen en weigerde hij vervolgens de aftrek van buitengewone uitgaven. Ook legde hij navorderingsaanslagen IB 2008 en 2009 op. X ging in beroep. Rechtbank Zeeland-West-Brabant handhaafde de correcties en navorderingsaanslagen, waarna X in hoger beroep ging. Hij stelde dat de inspecteur niet kon navorderen omdat hij niet over een nieuw feit beschikte. Verder herhaalde X dat hij recht had op een aftrek aan weekenduitgaven van € 5.814. Hof Den Bosch besliste echter dat de inspecteur wel kon navorderen omdat het echtpaar ten tijde van het doen van de aangiften te kwader trouw was geweest. In de aangifte IB 2008 was € 26.100 aan buitengewone uitgaven afgetrokken, maar in hoger beroep verdedigde het echtpaar een aftrek van € 5.814. Zo’n groot verschil van € 20.286 wees er volgens het Hof op dat zij ermee bekend waren of bekend hadden moeten zijn met de omstandigheid dat zij de inspecteur opzettelijk onjuiste inlichtingen hadden verschaft waardoor ten onrechte te weinig belasting zou worden geheven. Datzelfde gold voor het jaar 2009. Vervolgens besliste het Hof dat het echtpaar niet aannemelijk had gemaakt dat ze recht hadden op enige aftrek voor weekenduitgaven. Zo was onder meer niet komen vast te staan hoe vaak was gereisd, hoe vaak de zoon bij hen had verbleven en in hoeverre sprake was van drukkende kosten. Het Hof verklaarde het hoger beroep van het echtpaar ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 20-09-2019