BTW op aankoop en verbouwing pand voor hospice aftrekbaar

Datum: 9 september 2019

X exploiteerde een hospice in een hoeve die zij in 2015 had gekocht en daarna had laten verbouwen. In de hoeve waren zes gastenkamers gerealiseerd. Voor een gastenkamer bracht X € 35 per dag in rekening (inclusief verteer). Vrijwilligers verrichtten in het hospice huishoudelijke taken zoals koken voor de gasten en bedden verschonen, en licht verzorgende taken zoals hulp bij het nuttigen van een maaltijd, bij de mondverzorging en bij de toiletgang van de gasten. Ook boden zij emotionele en sociale ondersteuning. De vrijwilligers deden dit onder leiding van een coördinator die in dienst was bij Stichting Y, maar om niet was gedetacheerd bij X. X verzocht om teruggaaf van de BTW die bij de aankoop en verbouwing van de hoeve aan haar in rekening was gebracht. De inspecteur weigerde de teruggaaf omdat X volgens hem tegen vergoeding aan haar gasten één enkele prestatie verrichtte, die bestond uit zorg met verblijf en die prestatie was vrijgesteld van BTW. X ging in beroep. Rechtbank Den Haag stelde vast dat in de activiteiten van X twee elementen waren te onderkennen: enerzijds het verstrekken van logies en verteer en anderzijds de dienstverlening door de vrijwilligers. De dienstverlening door de vrijwilligers was volgens de Rechtbank niet zodanig verweven met het verstrekken van logies en verteer dat die niet afzonderlijk in beschouwing kon worden genomen. De vrijwilligers namen materieel de taken van de reguliere mantelzorgers van de gast over, maar die mantelzorgers konden ook zelf binnen het hospice als zodanig actief blijven. Er was volgens de Rechtbank sprake van twee, afzonderlijk in aanmerking te nemen diensten: enerzijds het bieden van logies met verteer en anderzijds de dienstverlening door de vrijwilligers. De dienstverlening door de vrijwilligers vond om niet plaats, zodat de Rechtbank niet toekwam aan de vraag of die dienstverlening onder enige vrijstelling kon worden gerangschikt. Het tegen vergoeding bieden van logies en verteer was belast met BTW. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond. X had recht op aftrek van voorbelasting.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 20-09-2019