Vanaf 2022 geen belasting op spaargeld tot € 440.000

Datum: 6 september 2019

Staatssecretaris Snel heeft bekendgemaakt dat vanaf 2022 ongeveer 1,35 miljoen mensen geen belasting over hun spaargeld in box III meer hoeven te betalen. Volgens voorlopige berekeningen wordt de eerste € 440.000 (per persoon) voor mensen met alleen spaargeld belastingvrij. Bovendien gaan bijna een half miljoen mensen minder belasting betalen dan dat zij nu doen. Dit staat in een voorstel dat staatssecretaris Snel aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Iedereen die meer vermogen heeft dan € 30.360 (of € 60.720 met fiscaal partner) uit bijvoorbeeld spaargeld of aandelen, betaalt hier nu belasting over. Op dit moment wordt ervan uitgegaan dat het vermogen waarover belasting wordt betaald voor een bepaald deel uit beleggingen bestaat, ook als dat niet het geval is en het vermogen volledig uit spaargeld bestaat. In het voorstel wordt straks voor het eerst gerekend met de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden van de belastingplichtige. Dit betekent dat de belasting over spaargeld wordt vastgesteld aan de hand van de werkelijke hoeveelheid spaargeld. Over deze werkelijke hoeveelheid spaargeld wordt dan een vooraf vastgestelde rente berekend, die zoveel mogelijk aansluit bij de werkelijke spaarrente. Dit zou op dit moment bijvoorbeeld maar 0,09% zijn. Het voorstel is daarnaast zo vormgegeven dat de kleine beleggers (onder de € 30.000) die nu geen belasting betalen dat straks ook niet hoeven. Voor degenen die wel belasting blijven betalen wordt het tarief ongeveer 33%. Het nieuwe stelsel is zo ontworpen dat de voordelen van het huidige systeem behouden blijven, zoals de vooraf ingevulde aangifte. Het nieuwe systeem is wel gevoeliger voor belastingontwijking. Er worden dan ook maatregelen genomen om dit tegen te gaan, de zogenaamde anti-arbitragemaatregelen. De komende tijd wordt het voorstel uitgewerkt in een wetsvoorstel, dat voor de zomer van 2020 aan de Tweede Kamer wordt gestuurd. Het wetsvoorstel kan dan voor het einde van 2020 in de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De Belastingdienst moet vervolgens voldoende tijd hebben om deze grote structuurwijziging door te voeren, waarbij het streven is dat het nieuwe systeem vanaf 1 januari 2022 in gaat.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 20-09-2019