Ex-snijbloemenkweker BTW-ondernemer voor levering grond

Datum: 13 augustus 2019

X exploiteerde tot 2004 een snijbloemenkwekerij vanuit twee achter de echtelijke woning gelegen kassen in de gemeente Beuningen. Het totale perceel inclusief de echtelijke woning besloeg 4.100 m², waarvan ongeveer 3.350 m² was bebouwd met de kassen. Het perceel met de kassen behoorde tot het ondernemersvermogen van X. Na herhaalde verzoeken van X besloot de gemeente uiteindelijk mee te werken aan een bestemmingsplanwijziging om van het voormalige tuinbouwbedrijf twee woningbouwpercelen te maken. X sloopte vervolgens de kassen en verkocht beide woningbouwpercelen. Eén daarvan werd op 12 februari 2018 geleverd. X had vooroverleg met de Belastingdienst gevoerd over de vraag of de levering van de percelen was belast met BTW en naar aanleiding daarvan BTW berekend over de koopsom van het geleverde perceel. X ging in beroep tegen de door hem over het eerste kwartaal 2018 op aangifte voldane BTW en stelde dat hij op het moment van de levering geen BTW-ondernemer meer was omdat hij zijn snijbloemenbedrijf al in 2004 feitelijk had gestaakt. Rechtbank Gelderland stelde voorop dat ervan moesten worden uitgegaan dat X de grond destijds ook voor de BTW als ondernemingsvermogen had geëtiketteerd omdat de percelen grond toentertijd behoorden tot het ondernemingsvermogen van de snijbloemenonderneming. Verkoop van een investeringsgoed (zoals grond) dat was geëtiketteerd als ondernemingsvermogen moest voor de BTW worden behandeld als een verkoop in de hoedanigheid van ondernemer. De Rechtbank verwierp het betoog van X dat door de feitelijke beëindiging van de snijbloemenonderneming de grond in 2004 voor de BTW was overgegaan naar het privévermogen van X en hij de grond daarom niet in de hoedanigheid van BTW-ondernemer had geleverd. X had daarentegen de grond met de kassen ook vanaf 2005 als ondernemingsvermogen op zijn ondernemingsbalans voor de IB laten staan. De grond was daarom ook voor de BTW geëtiketteerd gebleven als ondernemingsvermogen. De verkoop door X in 2006 en 2009 van inventaris van de snijbloemenonderneming moesten volgens de Rechtbank worden aangemerkt als liquidatiehandelingen voor die onderneming. X was van 2005 tot 2013 in ieder geval nog BTW-ondernemer geweest omdat hij als ZZP’er kwaliteitscontroleur was bij een veiling. De Rechtbank was het met de inspecteur eens dat voor het BTW-ondernemerschap niet relevant was dat de aard van de onderneming was gewijzigd. De Rechtbank besliste dat de grond niet was overgebracht naar het privévermogen van X en de levering van de bouwgrond in 2018 onderdeel was geweest van de liquidatie van de BTW-onderneming. De levering had plaatsgevonden in de hoedanigheid van BTW-ondernemer, zodat terecht BTW over de levering was berekend.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.