Kamervragen over ruling met Uber in strijd met vestiging in Nederland

Datum: 12 augustus 2019

Het Tweede Kamerlid Omtzigt (CDA) heeft staatssecretaris Snel om opheldering gevraagd over de ruling van Uber in Nederland naar aanleiding van het bericht dat Uber een onderdeel van Bermuda naar Nederland verhuist in verband met de lagere winstbelasting. Het Kamerlid wil weten wat zich in de Nederland heeft afgespeeld van deze transacties en welke bemoeienis de bewindsman heeft gehad in rulings van Uber de afgelopen twee jaar. Meer in het bijzonder vraagt hij welke contacten er tussen oktober 2018 en maart 2019 zijn geweest met vertegenwoordigers van Uber. Als het intellectuele eigendom van Bermuda naar Nederland is verhuisd is, wil de heer Omtzigt weten of op enig moment winstbelasting is betaald over (de groei van) het intellectueel eigendom. Verder attendeert hij op de uitlatingen van Uber dat de belastingaanslagen voor de afgelopen 10 jaren in hun belangrijkste jurisdicties nog openstaan en dat er onderzoeken lopen naar transferpricing bij Uber. Het Kamerlid wijst de heer Snel ook op diens brief van 23 februari 2018 aan de Tweede Kamer over het arm’s-lengthbeginsel en wil in dit kader weten wanneer is gestart met het onderzoek naar het gebruik van informeel kapitaal, dat de facto nodig is voor dit soort grote overdrachten. Verder vraagt de heer Omtzigt of onder de nieuwe per 1 juli 2019 ingegane rulingpraktijk een ruling worden afgegeven waarbij het effect is dat € 6,1 mld in een belastingparadijs belast wordt en Nederland een step-up verleent.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.