Belastingdienst mocht medewerking aan schuldsanering weigeren

Datum: 25 juni 2019

Ondernemer X en zijn echtgenote hadden een schuldenlast van € 220.880 bij vijf schuldeisers. De Belastingdienst had een preferente vordering van € 117.941. In juni 2018 deed X een minnelijk aanbod van 61% aan de Belastingdienst en van 30,50% aan de concurrente schuldeisers. Alleen de Belastingdienst ging niet akkoord met het minnelijke voorstel. Naast een verzoek om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, verzocht X de Rechtbank om de Belastingdienst te bevelen in stemmen met de aangeboden schuldregeling. De civiele kamer van Rechtbank Midden-Nederland stelde voorop dat op grond van artikel 287a, lid 5, FW een verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord werd toegewezen als de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de aangeboden schuldregeling had kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij had bij de uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering werden geschaad. Hierbij gold als uitgangspunt dat iedere schuldeiser in beginsel mocht verlangen dat zijn vordering volledig werd voldaan. Vervolgens besliste de Rechtbank dat de Belastingdienst het aanbod in redelijkheid had kunnen weigeren. Het ging voor de Belastingdienst om een fors financieel belang en dat belang woog bovendien zwaar in verhouding tot dat van de andere crediteuren aangezien de vordering 53,4% van de totale schuld bedroeg en bovendien preferent was. Ook nam de Rechtbank in aanmerking dat X ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn belastingschulden niet te goeder trouw was geweest. X wist of kon redelijkerwijs vermoeden dat de belastingaanslagen zouden worden opgelegd en was nalatig gebleven daarvoor middelen te reserveren. Het belang van de Belastingdienst bij het behoud van zijn verhaalsmogelijkheden woog volgens de Rechtbank zwaarder dan het belang van X bij de bevrijding van zijn schuldenlast. De Rechtbank wees het verzoek om een dwangakkoord af.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.