Bijna € 500 aan vergoedingen voor 4 dagen te late legesuitspraak van € 50,40

Datum: 11 juni 2019

X ging in beroep tegen een legesaanslag van € 50,40 voor de aanvraag van een identiteitskaart. Hij stelde dat de uitspraak op bezwaar door een niet-bevoegde heffings-ambtenaar was gedaan. Hof Den Bosch stelde vast dat uit het bij het Mandaatbesluit behorende register volgde dat de bevoegdheden van de gemeenteambtenaar die was belast met de heffing van gemeentelijke belastingen, moesten worden uitgeoefend door een afdelingshoofd. Aangezien de uitspraak was gedaan door de ambtenaar die afdelingshoofd was, was de uitspraak op bezwaar door een daartoe bevoegd ambtenaar gedaan. Het Hof was het wel met X eens dat hij recht had op een dwangsom. De gemeente had twee weken de tijd gehad om uitspraak op bezwaar te doen, en die termijn was met vier dagen verstreken, zodat de gemeente hem € 80 (vier dagen maal € 20 per dag) moest betalen. Hieraan deed niet af dat X had gevraagd om inzicht in de baten en lasten en dat hij in zijn bezwaarschrift kenbaar had gemaakt dat hij zich het recht had voorbehouden om zijn bezwaarschrift nader aan te vullen. Dit enkele feit betekende niet dat de beslistermijn werd verlengd. De gemeente was volgens het Hof in verzuim om tijdig te beslissen aangezien de beslistermijn weliswaar was opgeschort, maar niet verder dan zes weken. Verder uitstel was in dit geval alleen mogelijk geweest met instemming van X en dat was niet gebeurd. Hierover moest de gemeente wettelijke rente voldoen, het door X betaalde griffierecht vergoeden plus € 242,10 aan proceskosten (€ 46 bij de Rechtbank en € 126 bij het Hof).

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 20-09-2019