Opdrachtnemers niet zelfstandig maar naheffingen LB wel te hoog

Datum: 7 juni 2019

Y bezat sinds 2007 alle aandelen van BV X die storingen of lekkages graaf- en herstelwerkzaamheden voor een drinkwaterproducent en een gas- en elektratransporteur verrichtte. Y exploiteerde ook een eenmanszaak die deels de activiteiten van BV X uitvoerde. Bij de eenmanszaak stond geen personeel op de loonlijst. BV X en de eenmanszaak waren met vier personen een overeenkomst van opdracht aangegaan. Deze personen waren werkzaam op het gebied van grondverzet en transport, stonden ingeschreven bij de KvK en hadden een eigen BTW-nummer. De administratie van BV X en de eenmanszaak werd verzorgd door administratiekantoor BV A. De opdrachtnemers van BV X hadden zich ertoe verplicht om hun administratie bij BV A te laten verrichten. BV A factureerde voor de opdrachtnemers aan BV X en de eenmanszaak. De inspecteur stelde dat de opdrachtnemers in (fictieve) dienstbetrekking werkzaam waren bij BV X en legde aan BV X naheffingsaanslagen loonbelasting op over 2006 tot en met 2009. BV X ging in beroep. Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste dat sprake was van een arbeidsovereenkomst omdat (1) de opdrachtnemer niet zelf kon bepalen hoe hij een opdracht verrichtte. BV X bepaalde de wijze waarop het werk werd uitgevoerd en de opdrachtnemer maakte gebruik van de bedrijfsmiddelen en materialen die door BV X beschikbaar werden gesteld. Verder (2) was een opdrachtnemer verplicht om persoonlijke arbeid te verrichten en (3) was de opdrachtnemer verplicht om persoonlijk arbeid te verrichten. Tot slot (4) moest BV X een vast uurloon betalen en 900 uur per jaar aan werk beschikbaar stellen aan iedere opdrachtnemer. Maandelijks werd 1/12 van die uren als voorschot als vaste bedrag aan de opdrachtnemer betaald tegen een vast uurtarief. De Rechtbank besliste dat de naheffingsaanslagen LB terecht aan BV X waren opgelegd, maar wel te hoog waren vastgesteld. De Rechtbank vond het aannemelijk dat de vergoeding die de opdrachtnemers voor hun voor de eenmanszaak verrichte werkzaamheden ontvingen, werd betaald door de eenmanszaak die op haar beurt een factuur verzond naar BV X. De Rechtbank was het met BV X eens dat daarom aan haar maar 50% van het loon kon worden toegerekend. De Rechtbank was het ook met BV X eens dat sprake was van dubbele belastingheffing, zodat er ook nog een correctie moest plaatsvinden voor loon van een opdrachtnemer dat al in de IB van die opdrachtnemer was belast. De Rechtbank verklaarde het beroep van BV X gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 20-09-2019