Managementovereenkomst niet gaandeweg alsnog arbeidsovereenkomst

Datum: 7 juni 2019

In juli 2015 sloot X een intentieovereenkomst voor de aankoop van 20% van de aandelen in BV Y. De management-BV van X sloot vervolgens een overeenkomst met BV Y en factureerde BV Y maandelijks voor de door X verrichte werkzaamheden. In november 2018 besloot BV Y de samenwerking met X te beĆ«indigen en zegde de intentieovereenkomst op. X spande hierop een procedure aan tegen BV Y en verzocht om een vergoeding van € 250.000 omdat BV Y volgens hem in strijd met het beginsel van goed werkgeverschap had gehandeld. De kantonrechter van Rechtbank Den Haag wees het verzoek echter af, omdat tussen X en BV Y nooit een arbeidsovereenkomst had bestaan. X en BV Y hadden in overeenstemming met de intentieverklaring hun samenwerking vorm gegeven aan de hand van een managementovereenkomst. De Rechtbank verwierp de stelling van X dat ze gaandeweg uitvoering waren gaan geven aan een arbeidsovereenkomst. Het enkele feit dat X de werkzaamheden persoonlijk moest verrichten, leidde niet tot de conclusie dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. Ook in het kader van een managementovereenkomst kon worden verlangd dat de werkzaamheden door een daartoe aangewezen persoon moesten worden verricht. Ook was geen sprake van loon in de zin van een door X als werknemer uit hoofde van een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst bedongen tegenprestatie en ontbrak een gezagsverhouding. X had volgens de kantonrechter juist een grote mate van vrijheid in de manier waarop hij zijn werkzaamheden wilde verrichten en van een dagelijkse aansturing was niet gebleken. Bovendien was ook in het geval van een overeenkomst van opdracht de opdrachtgever bevoegd de opdrachtnemer aanwijzingen te geven.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.