Hogeschool mocht geen LB inhouden op factuur ingehuurde gastdocente met VAR-verklaring

Datum: 24 mei 2019

X verrichtte sinds 2010 als gastdocent werkzaamheden voor de Stichting Hogeschool Rotterdam op grond van een overeenkomst van opdracht. Zij beschikte over een VAR-verklaring. Begin 2016 bracht zij aan de Hogeschool een offerte uit voor onderwijsactiviteiten voor € 55 per uur exclusief BTW. In totaal ging het om € 5.830 te betalen in twee termijnen. De Hogeschool ging hiermee akkoord en na afronding van de colleges stuurde X in mei 2016 een factuur van € 2.750. De Hogeschool hield LB in en betaalde X € 1.351,35. X vond echter dat de Hogeschool geen LB had mogen inhouden op facturen en vorderde via een civielrechtelijke procedure betaling van volledige factuurbedrag. De Hogeschool stelde dat zij wettelijk verplicht was premies en LB in te houden, omdat zij in verband met de inwerkingtreding van de Wet DBA per 1 mei 2016 het risico liep dat de Belastingdienst haar als inhoudingsplichtig aanmerkte. Uit een eerder boekenonderzoek over 2010-2014 (dat eind 2015 was afgerond) bleek volgens de Hogeschool duidelijk dat de Belastingdienst zich op het standpunt stelde dat X een dienstverband in fiscale zin had en als de Hogeschool geen LB zou inhouden, liep zij het risico te worden aangemerkt als "kwaadwillend" en kon zij een boete krijgen van 50%. De civiele kamer van Hof Den Haag besliste echter dat uit de correspondentie tussen de Hogeschool en X niet bleek dat X akkoord was gegaan met de inhouding van de LB. Integendeel, uit haar e-mail bleek dat X alleen overwoog de inhouding van premies volksverzekeringen onder bepaalde voorwaarden te accepteren, maar de inhouding van LB weigerde zij te accepteren. Het Hof concludeerde dat niet was komen vast te staan dat X (zonder voorbehoud) had ingestemd met het inhouden van premies en loonbelasting. De afspraak hield volgens het Hof in dat de Hogeschool haar € 55 per uur zou betalen, zonder deze inhoudingen. Het Hof verwierp de stelling van de Hogeschool met betrekking tot haar verplichting om LB in te houden op grond van de Wet DBA en het risico van het stempel "kwaadwillend". Dat zij wellicht een naheffingsaanslag en een boete van de Belastingdienst zou krijgen, kwam volgens het Hof voor risico van de Hogeschool omdat de Hogeschool al sinds een vorig boekenonderzoek eind 2015/begin 2016 wist dat de Belastingdienst de werkzaamheden van X voor de Hogeschool aanmerkte als een dienstverband in fiscale zin. Naar aanleiding hiervan wist de Hogeschool dat zij samenwerkte met tal van docenten als ZZP’ers, waarvoor zij in de ogen van de Belastingdienst inhoudingsplichtig was. Zij was vervolgens aan de slag gegaan om hieraan paal en perk te stellen, maar zij had met X bij het sluiten van de overeenkomst en voorafgaand aan de uitvoering daarvan geen afspraken gemaakt over het inhouden van LB. De civiele rechter besliste dat de Hogeschool X conform de overeenkomst moest uitbetalen.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.