Hof stelt aanvullende eis aan belang bij bepleiten hogere WOZ-waarde

Datum: 14 mei 2019

De WOZ-waarde 2017 van het winkelpand van X in het centrum van Eindhoven was vastgesteld op € 2.711.000. X maakt bezwaar en stelde dat de WOZ-waarde moest worden verlaagd omdat sprake was van verloedering van de omgeving en achterstallig onderhoud. De gemeente wees het bezwaar af, waarna X in beroep ging. Op de zitting bepleitte hij een WOZ-waarde van € 2.915.000. Rechtbank Oost-Brabant vond dit nieuwe standpunt in strijd met de goede procesorde en verklaarde het beroep van X ongegrond. X ging in hoger beroep. Hof Den Bosch stelde voorop dat uit een arrest van de Hoge Raad van 20 oktober 2017 volgde dat eenieder aan wie een WOZ-beschikking was bekendgemaakt, verondersteld werd belang te hebben bij het bepleiten van een hogere waarde. Volgens het Hof was die vrijheid echter wel beperkt. Het was volgens het Hof niet mogelijk dat een belastingplichtige in een procedure over de waarde tegenstrijdige standpunten innam. Een dergelijke proceshouding leek met name te zijn ingegeven om een proceskostenvergoeding te verkrijgen. Daarbij kwam dat een belas-tingplichtige de gemeente in een nagenoeg onmogelijke positie bracht. In feite zou de gemeente dan aannemelijk moeten maken dat de waarde van de onroerende zaak exact uitkwam op de beschikte waarde, maar het taxeren van een onroerende zaak was echter geen exacte wetenschap. Het ging om een inschatting van de waarde in het economische verkeer op de waardepeildatum. Het Hof besloot daarom een nuancering aan te brengen op het uitgangspunt van het arrest van 20 oktober 2017. Volgens het Hof mocht in dergelijke gevallen nader bewijs worden verlangd van het belang bij het verhogen van de beschikte waarde. X had in dit geval niet aannemelijk gemaakt dat hij belang had bij een hogere waarde, zodat het Hof alleen de stelling beoordeelde dat de WOZ-waarde lager moest worden vastgesteld. Het Hof besliste vervolgens dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het hoger beroep van X ongegrond. Het Hof besliste in dezelfde zin op het hoger beroep van BV Y tegen de WOZ-waarde van haar twee winkelpanden.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.