100% vrouwelijke samenstelling belastingkamer geen reden voor wraking

Datum: 13 mei 2019

X diende bij Hof Den Haag een wrakingsverzoek in omdat zijn verzoek om uitstel van de zitting was afgewezen door drie vrouwelijke raadsheren van Hof Amsterdam. Volgens X had de vrouwelijke rechter in eerste aanleg een dubieuze, vooringenomen en niet-objectieve uitspraak gedaan en de drie vrouwelijke raadsheren in hoger beroep konden volgens hem zijn beïnvloed door een gevoel van "vrouwensolidariteit". De wrakingskamer van Hof Den Haag stelde voorop dat de afwijzing van een verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling moest worden aangemerkt als processuele beslissing. Voor dergelijke beslissingen was onvrede over de genomen beslissing op zichzelf onvoldoende reden voor wraking. Van een voldoende wrakingsgrond was alleen sprake als de beslissing zo onbegrijpelijk was dat daarvoor redelijkerwijs geen andere verklaring was te geven dan dat deze door vooringenomenheid was ingegeven. Daarvan kon alleen sprake zijn als een redelijk denkende rechter in de gegeven omstandigheden een dergelijke motivering niet zou hebben kunnen geven, terwijl objectief ten minste de schijn werd gewekt dat de betreffende rechter daartoe door bevooroordeeldheid moest zijn gebracht. Wat X had gesteld, leverde geen omstandigheid op die tot die conclusie zou kunnen leiden. In het licht van de taak van Hof Amsterdam om de voortgang van procedure te bewaken en het feit dat de zittingsdatum was vastgesteld op 26 juni 2018 na een eerder aanhoudingsverzoek van X en met inachtneming van de door hem opgegeven verhinderdata, was de schijn van vooringenomenheid jegens X volgens de wrakingskamer op geen enkele wijze gewekt. De wrakingskamer wees het verzoek tot wraking af. X ging in cassatie. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van X niet-ontvankelijk verklaard.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.