Informatiebeschikking niet bedoeld om onderbouwing standpunt te krijgen

Datum: 11 april 2019

X maakte bezwaar tegen de aan hem opgelegde aanslagen IB 2007, 2008 en 2009, omdat hij het niet eens was met de manier waarop zijn NAVO-pensioen in de IB was belast. De inspecteur stelde voor om een vaststellingsovereenkomst te sluiten en vroeg daarom aan X onder meer om zijn arbeidscontracten bij de NAVO en het pensioenreglement. Toen X die stukken niet verstrekte, nam de inspecteur een informatiebeschikking. X ging in beroep. Rechtbank Zeeland-West-Brabant handhaafde de informatiebeschikking. X ging in hoger beroep en overlegde toen alsnog de gevraagde informatie. Hof Den Bosch verklaarde het hoger beroep van X gegrond. Het Hof was het niet met de inspecteur eens dat de door X overgelegde stukken een onoverzichtelijk geheel vormden dat niet zou zijn gespecificeerd of gerubriceerd. X had volgens het Hof met de overlegde stukken op één na alle vragen van de informatiebeschikking beantwoord, met uitzondering van de vraag op basis van welke artikelen van de NAVO?pensioenregeling X zijn standpunt baseerde dat de pensioenuitkeringen geheel waren vrijgesteld. Dit was volgens het Hof een verzoek om een juridische onderbouwing van een standpunt en viel in zoverre niet binnen de reikwijdte van artikel 47 AWR op grond waarvan gegevens en inlichtingen van feitelijke aard konden worden opgevraagd. Volgens het Hof was er geen sprake meer van een informatieverzuim. Er was geen reden voor omkering van de bewijslast en de informatiebeschikking kon niet in stand blijven.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.