Voormalige ontkennende KB-Lux’er kreeg geen ambtshalve vermindering

Datum: 11 april 2019

In 2003 ontving X navorderingsaanslagen IB en VB met boeten over de jaren 1992-2000 omdat hij volgens de inspecteur een bankrekening had aangehouden bij de KB Lux. De correctiebedragen waren voor X als "niet-meewerker" vermenigvuldigd met een factor 1,5. X ging tevergeefs in bezwaar, beroep en cassatie. Op 15 april 2011 besliste de Hoge Raad dat de correctie met factor 1,5 voor weigeraars buiten beschouwing moest blijven. X verzocht daarna tevergeefs om herziening van de uitspraak in zijn beroepsprocedure. In november 2014 gaf X na een veroordeling op straffe van een dwangsom alsnog openheid van zaken over de KB Lux-rekening en verzocht de inspecteur de volgens hem evident te hoge aanslagen ambtshalve te verminderen. De inspecteur wees dit verzoek af, waarop X een civiele procedure aanspande. Hof Den Haag besliste dat de inspecteur niet onrechtmatig had gehandeld door de aanslagen niet ambtshalve te verminderen door daaruit de factor 1,5 te elimineren. Het was aan X zelf te wijten dat de aanslagen waren gebaseerd op een schatting. Als hij direct openheid van zaken had gegeven, was dit niet gebeurd en was dus ook de factor 1,5 niet toegepast. De aanslagen waren tot in hoogste instantie in stand gebleven en moesten volgens het Hof voor juist worden gehouden. X was zelf verantwoordelijk voor de door hem gekozen strategie om eerst jarenlang te procederen en daarbij geen openheid van zaken te geven. Hij kon nu niet via een verzoek tot ambtshalve vermindering alsnog het door hem gewenste resultaat bereiken.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.