Geen BOF bij nog geen vijf jaar geleden gekochte activa/passiva

Datum: 15 maart 2019

Vader Y bezat alle aandelen in Holding-BV A die alle aandelen hield van BV B, en die op haar beurt weer alle aandelen van BV C in handen had. BV C bezat 100% van de aandelen van werkmaatschappij BV D en 85% van de aandelen van werkmaatschappij BV E. Op 18 december 2013 kocht BV E de activa en passiva van BV F. Vader Y schonk op 19 december 2014 20% van de aandelen van Holding-BV A aan zijn zoon X. X claimde bij de aangifte schenkbelasting de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) van artikel 35b SW. De inspecteur weigerde de faciliteit omdat op 18 september 2013 een bezitstermijn van vijf jaren was gaan lopen voor de van BV F gekochte activa en passiva. Op 19 december 2014 was voor dit deel van de verkrijging volgens de inspecteur niet aan de bezitstermijn voldaan, zodat de BOF niet van toepassing was. Volgens de inspecteur zag de bezitseis ook op activa en passiva die konden worden beschouwd als zelfstandig deel van een onderneming. X ging in beroep en stelde dat uit de wettekst niet volgde dat bij de aankoop van een zelfstandige onderneming een nieuwe bezitstermijn ging lopen. Verder stelde hij dat geen sprake was van misbruik. Rechtbank Noord-Holland besliste dat met de in artikel 35c, lid 1 SW bedoelde onderneming was bedoeld een onderneming in de zin van artikel 3.2. Wet IB 2001 of een gedeelte daarvan. Volgens de Rechtbank had de wetgever hiermee een zelfstandige onderneming of een gedeelte daarvan bedoeld. BV F was ten tijde van de aankoop van de activa en passiva een zelfstandige onderneming. De Rechtbank was het met de inspecteur eens dat de BOF niet van toepassing was op het belang van de geschonken aandelen in BV F omdat vader Y ten tijde van de schenking nog geen vijf jaren ondernemer was met betrekking tot BV F en daardoor niet was voldaan aan de bezitseis. Daaraan deed volgens de Rechtbank niet af dat BV F na de aankoop was opgegaan in de groep en ten tijde van de schenking niet meer als afzonderlijke onderneming was te identificeren. Dat geen sprake was van misbruik, leidde volgens de Rechtbank niet tot een andere beslissing. De bezitstermijn had weliswaar een anti-misbruikkarakter maar in alle gevallen moest aan deze termijn zijn voldaan om aanspraak op de BOF te kunnen maken, ook als geen sprake was van misbruik. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.