Aankondiging vergrijpboete BV’s belette strafvervolging bestuurder niet

Datum: 13 maart 2019

Uit onderzoek was gebleken dat twee bedrijven waarvan X bestuurder was in 2011, 2012 en 2013 onjuiste aangiften BTW hadden ingediend. De aangegeven omzet was aanzienlijk lager dan de werkelijke omzet en Belastingdienst was daardoor benadeeld voor ongeveer € 649.000. X werd strafrechtelijk vervolgd voor het feitelijk leiding geven aan het doen van de onjuiste aangiften. X ging in beroep en stelde dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de vervolging. De Belastingdienst had namelijk aan beide bedrijven meegedeeld dat een vergrijpboete zou worden opgelegd en daaraan had X het vertrouwen ontleend dat hij niet strafrechtelijk zou worden vervolgd. De strafkamer van Rechtbank Rotterdam besliste dat de enkele aankondiging van een fiscale vergrijpboete niet gelijk was te stellen aan het opleggen van zo’n boete en/of een kennisgeving van niet verdere vervolging. De Belastingdienst had vergrijpboeten aangekondigd, maar niet daadwerkelijk opgelegd. Ook had X van de Belastingdienst geen beslissing ontvangen dat geen bestuurlijke c.q. fiscale boete zou worden opgelegd. Bovendien kon volgens de Rechtbank aan uitlatingen of gedragingen van functionarissen aan wie geen bevoegdheden in verband met de vervolgingsbeslissing waren toegekend, zoals ambtenaren van de Belastingdienst, in de regel geen gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend dat vervolging achterwege zou blijven. Volgens de Rechtbank was er in dit geval dan ook geen sprake van een toezegging waaraan X het gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat hij niet verder vervolgd zou worden. Het OM was ontvankelijk. Vervolgens besliste de Rechtbank dat was bewezen dat opzettelijk onjuist aangiften waren gedaan en veroordeelde X tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 24-05-2019