BTW-teruggaven na controles wekten vertrouwen voor juistheid teruggaven

Datum: 12 maart 2019

In zijn eenmanszaak begeleidde X artiesten. De inspecteur legde na een boekenonderzoek een naheffingsaanslag BTW op over 2012 tot en met 2015 met een verzuimboete van 10% omdat een aantal facturen dubbel aanwezig was en een aantal betrekking had op privébestedingen. X ging in beroep en stelde dat hij in de desbetreffende jaren zesmaal was gecontroleerd en daarna de geclaimde voorbelasting steeds uitbetaald had gekregen. X vond dat hij erop mocht vertrouwen dat de bij de eerdere controles verleende teruggaven terecht hadden plaatsgevonden. Rechtbank Den Haag was het met X eens dat hij recht had op de over het eerste en tweede kwartaal 2012 en het vierde kwartaal 2015 verleende teruggaaf, maar de Rechtbank zag geen reden voor het honoreren van het vertrouwensbeginsel ten aanzien van de andere aangiftetijdvakken. De inspecteur ging in hoger beroep, maar Hof Den Haag besliste dat X aan de verleende teruggaven het vertrouwen had mogen ontlenen dat de inspecteur zijn standpunt had bepaald en dat naheffing niet zou plaatsvinden. Ook na een slechts zeer marginale controle had het de controlerende ambtenaren volgens het Hof meteen duidelijk moeten zijn dat geen recht op aftrek bestond. Het Hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 24-05-2019