Saldering verplichtte zonnepaneelhouder niet tot toepassing BTW-forfait

Datum: 11 februari 2019

Aan X was een factuur met € 1.278,06 BTW uitgereikt in verband met de levering en montage van 16 niet-geïntegreerde zonnepanelen. De zonnepanelen waren op 28 december 2016 aangesloten en hadden een gezamenlijk opwekvermogen van 4.400 Wattpiek per jaar. Met de zonnepanelen was gedurende de laatste vier dagen van 2016 in totaal 26,83 kilowattuur (Kwh) aan stroom opgewekt die voor de helft door X was verbruikt en voor de andere helft terug was geleverd aan de energiemaatschappij. X reikte hiervoor een factuur uit aan de energiemaatschappij van € 1,66 voor de aan haar geleverde energie plus € 0,35 BTW. X deed in januari 2017 BTW aangifte als startende ondernemer en gaf daarin € 1 aan als verschuldigde BTW en € 1.279 als aftrekbare voorbelasting, zodat per saldo een teruggaaf resteerde van € 1.278. De inspecteur corrigeerde de verschuldigde BTW naar € 100 en baseerde zich daarbij op de forfaitaire regeling van het besluit "Veel gestelde vragen en antwoorden over BTW-heffing bij particulieren met zonnepanelen" van 7 november 2013. Het forfait bedroeg volgens het besluit € 100 voor niet-geïntegreerde zonnepanelen met een opwekvermogen van 4.001 tot en met 5.000 Wattpiek per jaar. X ging in beroep en stelde primair dat voor de berekening van de verschuldigde BTW het forfait in het besluit tijdsevenredig moest worden toegepast en subsidiair dat de verschuldigde BTW moest worden berekend op basis van de wet. Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste dat het besluit geen mogelijkheid bood tot tijdsevenredige toepassing. De Rechtbank besliste verder dat het besluit kennelijk beleid van de Belastingdienst betrof, waaraan X niet was gebonden. X kon zelf kiezen of hij het forfait in het besluit toepaste of dat hij zich beriep op toepassing van de wet. De Rechtbank verwierp de stelling van de inspecteur dat X gelet op de met de energiemaatschappij overeengekomen leveringsvoorwaarden (saldering) alleen kon kiezen voor de toepassing van het forfait. Het stond X te allen tijde vrij om de wet toe te passen. Saldering leidde daarom niet tot het verplicht toepassen van de forfaitaire regeling in het besluit. De Rechtbank besliste dat de op grond van de wet voor privégebruik verschuldigde BTW tijdsevenredig moest worden berekend. Uitgaande van een gebruik over 4 dagen berekende de Rechtbank de BTW voor het eigen gebruik door X op € 7 (50% van € 1.278 maal 4/365e deel). Daarnaast was X € 0,35 BTW verschuldigd over de aan de energiemaatschappij geleverde energie. X had daarom recht op een teruggaaf van (afgerond) € 1.271 (€ 1.278,06 minus € 7,35). De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.