Box III-heffing over werkelijk rendement nog niet in zicht

Datum: 8 februari 2019

In december 2018 beantwoordde de staatssecretaris Kamervragen over de bewering in een verweerschrift in één van de lopende proefprocedures over de forfaitaire rendementsheffing in box III bij de Hoge Raad dat hoofdfondsen van de AEX en onroerend zaken stabiele beleggingsvormen zouden zijn met weinig risico’s. De opmerking was volgens de heer Snel echter alleen gemaakt in het kader van de beoordeling van de box III-heffing en niet in algemene zin. Op aanvullende Kamervragen heeft de staatssecretaris nu laten weten dat de Belastingdienst deze opmerking heeft gemaakt voor het geval de Hoge Raad zou vinden dat voor de beoordeling van de box III-heffing alleen zou moeten worden gekeken naar beleggingen met een laag risicoprofiel, en niet naar alle bezittingen die in box III vallen. De bewindsman wijst ook op de inmiddels verschenen conclusie van A-G Ettema, die met hem van mening is dat niet alleen moet worden gekeken naar beleggingen met een laag risicoprofiel, maar naar alle bezittingen die in box III vallen. Verder erkende de staatssecretaris dat de voor het voorjaar van 2018 toezegde brief over een box III-heffing op basis van het werkelijk rendement en het voorgenomen tijdpad nog steeds niet naar de Tweede Kamer is gestuurd. Een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van het werkelijk rendement heeft volgens hem verregaande consequenties voor onder andere de administratieve lasten van burgers, risico’s op belastingontwijking en de uitvoerbaarheid. Het kabinet weegt deze consequenties daarom zorgvuldig af en heeft hiervoor langer nodig dan de staatssecretaris heeft ingeschat op het moment van het verzenden van de fiscale beleidsagenda.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.