Stimuleringspremie Belastingdienst ook bij ontslag tijdens levensloopverlof

Datum: 21 januari 2019

X was in dienst van de Belastingdienst en had levenslooptegoed gespaard. Van 1 april tot 1 november 2014, van 1 januari tot 1 december 2015 en in 2016 nam X levensloopverlof op. Hij maakte tegelijkertijd gebruik van de PAS-regeling (Partiële Arbeidsparticipatie Senioren), was gedeeltelijk met keuzepensioen en ontving vanaf 1 maart 2015 een WIA-uitkering. Op 7 maart 2016 verzocht X in het kader van de vrijwillige vertrekregeling bij de Belastingdienst om ontslag met ingang van 1 mei 2016 met toekenning van een stimuleringspremie. De staatssecretaris kende geen stimuleringspremie toe. Hij vond stimulering van ontslag met een premie niet nodig als een medewerker levensloop had en duidelijk het voornemen had om de Belastingdienst te verlaten. X ging in beroep. De CRvB was het met Rechtbank Midden-Nederland eens dat X voldeed aan de voorwaarden voor de stimuleringspremie. De CRvB verwierp de stelling van de staatssecretaris dat het gebruik van de levensloopregeling in combinatie met het voornemen om na afloop van de levensloopperiode(s) niet meer terug te keren naar de werkvloer en (vervroegd) met pensioen te gaan, daaraan in de weg stond. De periode van levensloopverlof werd nu eenmaal gekenmerkt door een "open einde" in die zin dat er geen verplichting was om aansluitend aan de periode van levensloop ontslag te nemen en dat een medewerker ook niet de mogelijkheid kon worden ontzegd om weer terug te keren in het werkproces. Dat werd niet anders doordat X feestelijk afscheid had genomen en het voornemen had geuit om niet meer terug te keren. Het open einde-karakter van de levensloopregeling bracht volgens de CRvB mee dat de staatssecretaris de betreffende medewerkers uitdrukkelijk van de vertrekregeling had moeten uitsluiten. De CRvB verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.