Aankoop pand van BV en ontvangst sleutelgeld leidde tot voordeel uit a.b.

Datum: 10 januari 2019

Op 29 november 2006 kocht X van BV Y, waarvan hij directeur en enig aandeelhouder was, een woon/winkelpand voor € 2,6 mln. De koopprijs was gelijk aan de op 28 juni 2006 vastgestelde onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik. Het pand was toen verhuurd voor € 86.000 per jaar, maar in augustus 2006 was afgesproken dat die huur uiterlijk per 1 juni 2007 werd beëindigd. BV Y had voor X een nieuwe huurder gezocht, die het pand ging huren voor € 200.000 per jaar. Ook betaalde de nieuwe huurder € 175.000 sleutelgeld aan X. De inspecteur legde een navorderingsaanslag IB 2006 op aan X. Hij berekende de waarde van het pand per 29 november 2006 op € 3.450.000 en nam het verschil met de koopprijs in aanmerking als een voordeel uit a.b. Ook het door X ontvangen sleutelgeld belastte de inspecteur als een voordeel uit a.b. X ging in beroep. Rechtbank Noord-Holland was het met de inspecteur eens dat op 29 november 2006 sprake was van een vermogensverschuiving van BV Y naar X. De Rechtbank verwierp de stelling van X dat voor de waardering van het pand kon worden aangesloten bij de taxatie van 28 juni 2006. Daaraan kon geen betekenis worden toegekend vanwege de ontwikkelingen na 28 juni 2006: de totstandkoming van de nieuwe huurovereenkomst met een substantieel hogere jaarhuur. De Rechtbank volgde de door de inspecteur gehanteerde waarde en besliste dat X het voordeel had genoten in zijn hoedanigheid van aandeelhouder en dat X en BV Y zich ook van deze bevoordeling in die hoedanigheid bewust waren. Dat gold ook voor het door X ontvangen sleutelgeld. De nieuwe huurovereenkomst was tot stand gekomen in de bezitsperiode van BV Y en BV Y moest zich bewust zijn geweest van het feit dat door de overdracht niet zij, maar X het sleutelgeld zou ontvangen. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 18-01-2019