Notaris niet aansprakelijk voor onterechte ODB-vrijstelling

Datum: 9 januari 2019

Vastgoedfonds CV C verkreeg op 31 maart 2004 voor ruim € 31 mln de eigendom van een bedrijfspand. De juridische eigendom werd doorgeleverd aan een stichting. In 2008 besloot CV C het pand te verkopen. Zij kreeg daarbij advies van een derde over de manier waarop het pand met toepassing van de reorganisatievrijstelling zonder overdrachtsbelasting op de koper zou kunnen overgaan. Notaris X begeleidde de verkoop en passeerde de akten. De inspecteur legde in 2011 aan de koper een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op van € 2.142.000, omdat de reorganisatievrijstelling volgens hem niet van toepassing was. Rechtbank Gelderland (zie FutD 2013-2112) was het daarmee eens en handhaafde de naheffingsaanslag. Nadat de koper van het pand failliet was gegaan, stelde de ontvanger notaris X op grond van artikel 42, lid 1, IW aansprakelijk voor de onbetaald gebleven overdrachtsbelasting. Rechtbank Gelderland vernietigde die aansprakelijkstelling en Hof Arnhem-Leeuwarden was het daarmee eens. Uit de totstandkomingsgeschiedenis maakte het Hof op dat artikel 18 WBR in samenhang met de aansprakelijkstelling die voortvloeide uit artikel 42 IW, moest bewerkstelligen dat de volgens de inhoud van de akte verschuldigde overdrachtsbelasting daadwerkelijk door de notaris werd voldaan zonder dat de belastingplichtige daarvoor aangifte hoefde te doen. Als volgens de inhoud van de akte overdrachtsbelasting verschuldigd was, en deze niet werd voldaan, dan kon de notaris daarvoor aansprakelijk gesteld worden. Artikel 42 IW verplichtte de notaris volgens het Hof niet de volgens de wet verschuldigde overdrachtsbelasting vast te stellen; hij mocht uitgaan van de belasting die volgens de inhoud van de akte wegens de verkrijging was verschuldigd, waarbij hij van de juistheid van de in de akte vervatte verklaringen moest uitgaan voor zover niet uit de akte zelf bleek dat die fout waren. De staatssecretaris ging aanvankelijk in cassatie tegen de Hofuitspraak, maar heeft dit cassatieberoep nu ingetrokken. Volgens de staatssecretaris heeft het Hof terecht beslist dat de notaris niet aansprakelijk kon worden gesteld voor de nageheven belasting. Uit de akte en de in de voet van de akte opgenomen verklaring vermelde gegevens kon niet worden afgeleid dat de reorganisatievrijstelling van artikel 15, lid 1, letter h, WBR niet van toepassing kon zijn. Uit de wetsgeschiedenis volgt volgens de staatssecretaris niet dat de notaris een verdergaande onderzoeksplicht naar de toepasselijkheid van een vrijstelling had.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 18-01-2019