Fors bank- en kassaldo advocatenpraktijk niet onredelijk

Datum: 8 januari 2019

Het saldo van de in de onderneming van advocaat X aanwezige liquide middelen varieerde van € 191.518 in 2007 tot € 356.898 in 2014, met een maximum van € 438.788 in 2009. De inspecteur concludeerde dat de liquide middelen vanaf 2009 duurzaam overtollig waren voor zover zij het bedrag van € 50.000 overschreden. Het ondernemingsvermogen van X werd verlaagd, waardoor in het verleden te hoge toevoegingen aan de fiscale oudedagsreserve hadden plaatsgevonden. De inspecteur corrigeerde dit met een navorderingsaanslag IB 2013. Hof Arnhem-Leeuwarden besliste dat X niet de grenzen der redelijkheid had overschreden door een ruimere buffer in acht te nemen voor lasten waarmee hij redelijkerwijs in de toekomst kon worden geconfronteerd. De onzekerheden die X had genoemd (huisvesting kantoor, de onzekerheid over de continuïteit in samenwerking met een collega, bezuinigingen in de gefinancierde rechtsbijstand, waaruit 80% van de omzet bestond en zijn gezondheidssituatie) waren volgens het Hof reële onzekerheden. De inspecteur had niet aannemelijk gemaakt dat € 338.988 aan liquide middelen duurzaam overtollig was. De staatssecretaris heeft in een onderschrift bij deze uitspraak laten weten dat hij niet in cassatie is gegaan. Het bedrag aan liquide middelen is volgens de staatssecretaris gelet op de aard en omvang van de onderneming vrij hoog, maar de grenzen der redelijkheid zijn gelet op de door het Hof in aanmerking genomen reële onzekerheden c.q. toekomstige ontwikkelingen niet overschreden.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 18-01-2019