Informatiebeschikking voor huurcontracten panden overeind

Datum: 6 december 2018

X vermeldde in zijn aangifte IB 2010 in box III vijf verhuurde onroerende zaken met een totale waarde per 1 januari 2010 van € 800.958 en per 31 december 2010 van € 811.368. De inspecteur vroeg X in het kader van de aanslagregeling om kopieën van de huurcontracten en de achterliggende berekeningen van de aangegeven waarden. Toen hij niet alle informatie had ontvangen, nam hij een informatiebeschikking en vroeg daarin nogmaals om de huurcontracten. X ging in beroep en stelde dat na een boekenonderzoek in 2001 overeenstemming was bereikt over de gehanteerde indexatie-methode voor de waardering van de panden en dat de huurcontracten daarom niet relevant waren. Hof Den Bosch stelde voorop dat het geschil zich beperkte tot de rechtmatigheid van de informatiebeschikking, zodat over de waarde van de panden in dit geschil geen beslissing kon worden genomen. Voor de beantwoording van de vraag of X kopieën van de huurcontracten beschikbaar moest stellen, was voldoende dat de inspecteur zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de huurcontracten van belang zouden kunnen zijn voor de belastingheffing van X. Het Hof beantwoordde die vraag vervolgens bevestigend. X en de inspecteur verschilden van mening over de vraag op welke wijze de waarde van de panden in 2010 moest worden vastgesteld. De waarderingsmethode lag nog open en dus stond ook niet op voorhand vast of een huurwaardekapitalisatiemethode werd gebruikt. Het Hof handhaafde de informatiebeschikking en gaf X twee weken om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.