Appartement in voormalig kantoorgebouw: 2% overdrachtsbelasting

Datum: 5 december 2018

X verkreeg op 17 oktober 2016 het appartementsrecht op de begane grond van een pand dat in 1991 was gebouwd als kantoorgebouw en destijds als zodanig in gebruik was genomen. Het pand was ten tijde van de verkrijging intern geheel gesloopt en er was een begin gemaakt met de opbouwwerkzaamheden. Mevrouw X claimde het 2%-tarief in plaats van het 6%-tarief van de overdrachtsbelasting omdat zij volgens haar op 17 oktober 2016 een (nieuwe) woning in aanbouw had verkregen. Rechtbank Den Haag was dat met haar eens. De inspecteur ging in hoger beroep. Hof Den Haag bevestigde de beslissing van de Rechtbank dat de verkrijging van het appartementsrecht onder het 2%-tarief viel, maar onderschreef de onderbouwing van de Rechtbank niet. Volgens het Hof was ten tijde van de verkrijging sprake van een bouwwerk dat in zijn totaliteit oorspronkelijk was ontworpen voor een ander gebruik dan bewoning. Door de later verrichte werkzaamheden in samenhang met de juridische splitsing in afzonderlijke onroerende zaken was volgens het Hof echter een bouwwerk ontstaan dat naar de aard tot bewoning was bestemd. Deze bestemming werd volgens het Hof niet anders doordat was toegestaan dat de onroerende zaken in voorkomend geval zouden worden gebruikt als woning met werkruimte aan huis. Het Hof besliste daarom dat de tot aan de verkrijging van het appartementsrecht in en aan het voorheen als één kantoorgebouw te kwalificeren object verrichte werkzaamheden het verkregene naar de aard hadden bestemd als woning. De sloop- en opbouwwerkzaamheden hadden aan het pand nog meer gestalte gegeven dat sprake was van een bouwwerk dat naar de aard was bestemd voor bewoning. Niet beslissend maar wel mede richtinggevend vond het Hof dat de naar de aard geconstateerde bestemming tot woning niet in strijd kwam met, doch volledig spoorde met de aanwezige opzet en tenuitvoerlegging van het totale transformatieplan en de in dat verband al vóór de verkrijging bestaande of afgegeven publiekrechtelijke vergunningen. Het Hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.