Werknemer Europol kreeg premiedeel heffingskorting niet

Datum: 9 november 2018

De in Nederland wonende X ontving als werknemer van Europol een belastingvrij salaris van € 41.392. Bij het vaststellen van het te betalen bedrag aan IB nam de inspecteur heffingskortingen voor de IB in aanmerking maar niet voor de volksverzekeringen. Hof Den Haag besliste net als Rechtbank Den Haag dat X geen recht had op uitbetaling van het premiedeel van de heffingskorting. X ging in cassatie. De Hoge Raad besliste dat X op grond van artikel 12, lid 1, Wfsv geen recht had op de premiedelen van de gecombineerde heffingskorting omdat zij niet was verzekerd voor de volksverzekeringen en daarom niet premieplichtig was voor de volksverzekeringen. De artikelen 8.9 en 8.9a Wet IB 2001 leidden alleen tot een verhoging van de gecombineerde heffingskorting als die heffingskorting was beperkt door de toepassing van artikel 8.8 Wet IB 2001, dat bepaalde dat de gecombineerde heffingskorting maximaal het bedrag van de gecombineerde inkomensheffing bedraagt. De gecombineerde heffingskorting van X was beperkt doordat zij in Nederland niet verzekerd was voor de volksverzekeringen, en was volgens de Hoge Raad dus niet beperkt door de toepassing van artikel 8.8 Wet IB 2001. Aan toepassing van de artikelen 8.9 en 8.9a Wet IB 2001 werd daarom niet toegekomen. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.