Aftrek dubbele belasting door opgewekt vertrouwen in oude correspondentie

Datum: 8 november 2018

X woonde in Nederland en was sinds 2002 in dienstbetrekking bij een bedrijf in Zwitserland. Tot 2009 werkte hij aan boord van motortankschip A en daarna aan boord van motortankschip B. X maakte in zijn aangiften IB 2011 en 2012 aanspraak op een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor zijn loon uit Zwitserland, zoals hij dat ook voor de jaren 2002 tot en met 2010 had gedaan en steeds was geaccepteerd. Bij de aanslagregeling IB 2003 had de inspecteur vragen gesteld over de geclaimde aftrek, maar nadat X een "Lohnausweis für 2003" had opgestuurd, had de inspecteur de aftrek geaccepteerd. Bij de aanslagregeling IB 2011 en 2012 ging de inspecteur echter niet meer akkoord met de aftrek elders belast. X ging in beroep. Anders dan Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste Hof Den Bosch dat de inspecteur in de correspondentie over de aanslagregeling IB 2003 de indruk had gewekt dat hij bewust het standpunt had ingenomen dat X recht had op een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting, welk standpunt kennelijk uitsluitend was gebaseerd op de door X verstrekte inlichtingen. Uit die stukken, in essentie niets meer dan de "Lohnausweis für 2003" bleek niet meer dan dat X in loon genoot van een Zwitserse werkgever. De feiten en omstandigheden in 2011 en 2012 weken hiervan ook niet in rechtens relevante zin af. Daaruit bleek niet dat de inspecteur het van belang had gevonden of X al dan niet werkzaam was aan boord van een schip dat voer onder Zwitserse vlag. Het Hof liet daarom de door de inspecteur gestelde (eventuele) verschillen tussen het schip waarop X destijds voer en het schip waarop hij in 2011 en 2012 voer, in het midden. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.