Kosten herkeuring voor rijbewijs na beroerte aftrekbaar

Datum: 6 november 2018

X leed aan hemofilie. Begin 2015 had hij een hartstilstand en een Cerebro Vasculair Accident (CVA) gekregen. Naar aanleiding van het CVA vroeg hij na overleg met zijn neuroloog een herkeuring aan bij het CBR. De kosten daarvan, inclusief de kosten van een bezoek aan een neuroloog en een oogarts, bracht X in zijn aangifte IB 2015 in aftrek als specifieke zorgkosten. Ook de kosten van een in hoogte verstelbaar bed met beweegbare bodem bracht hij in aftrek. De inspecteur weigerde de aftrek, waarop X in beroep ging. Rechtbank Noord-Nederland besliste dat de aanschafkosten van het bed niet aftrekbaar waren. X had niet aannemelijk gemaakt dat het door hem aangeschafte bed hoofdzakelijk werd gebruikt door zieke of invalide personen. De uitgaven voor de herkeuring waren volgens de Rechtbank echter wel aftrekbaar, omdat zij waren gedaan wegens zieke en invaliditeit én verband hielden met vervoer. Het was aannemelijk dat de keuringskosten niet werden gemaakt door personen die niet ziek of invalide waren, maar in vergelijkbare omstandigheden verkeerden. Ook het verband met vervoerskosten was volgens de Rechtbank voldoende nauw. Het ging X er immers om dat hij zelf kon blijven rijden. De kosten voor de (her)keuring door het CBR kwalificeerden daarom als uitgaven voor specifieke zorgkosten. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.