Voorvoegingsverlies van oude f.e. niet verrekenbaar bij nieuwe f.e.

Datum: 11 oktober 2018

BV X claimde in haar aangifte Vpb 2012 verrekening van een voorvoegingsverlies van de oude f.e. voor de Vpb, bestaande uit moedermaatschappij BV Y, BV Z en BV W. De f.e. oud was met ingang van 1 oktober 2011 opgenomen in een nieuwe, grotere f.e. BV X maakte, samen met dochters BV A en BV B, wel deel uit van de f.e. nieuw. De onderneming van BV W was op 1 oktober 2011 met stille reserves (€ 1.340.000 aan goodwill) binnen f.e. nieuw overgedragen aan BV B. Op 30 december 2011 waren BV Y en BV W ontbonden. Het voorvoegingsverlies was toe te rekenen aan BV Y, de moedermaatschappij van f.e. oud. De inspecteur weigerde de verrekening van het voorvoegingsverlies van € 134.000 (10% afschrijving goodwill). Anders dan Rechtbank Den Haag, besliste Hof Den Haag dat aan de verrekenbaarheid van de verliezen van de oude f.e. niet een einde kwam wanneer de moedermaatschappij van de oude f.e. na het voegingstijdstip werd geliquideerd. Desondanks was volgens het Hof in dit geval geen plaats voor een verrekening van winsten van f.e. nieuw met de voorvoegingsverliezen. Na de liquidatie van BV Y en BV W waren de verliezen van f.e. oud alleen nog verrekenbaar met de latere winsten van BV Z. BV Z had echter zelf geen winst behaald, zodat een verrekening van de winsten van f.e. nieuw met de voorvoegingsverliezen niet aan de orde was. Het Hof verklaarde het hoger beroep van BV X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.