Belastingrente terecht door in aangifte Vpb verkeerd aangegeven verlies

Datum: 10 oktober 2018

BV X gaf in haar aangifte Vpb 2013 een belastbaar bedrag aan van € 23.551 dat was opgebouwd uit een belastbare winst van € 80.204 en een verlies van € 56.653. De inspecteur legde binnen een maand na ontvangst van de aangifte een voorlopige aanslag op conform de ingediende aangifte. Bij de aanslagregeling stelde hij het belastbaar bedrag vast op € 38.190 omdat het bedrag aan te verrekenen verlies € 42.014 was. BV X ging in beroep tegen de daarbij in rekening gebrachte € 646 belastingrente. Hof Den Bosch verklaarde het beroep ongegrond. Het besluit van 15 februari 2016 met goedkeuringen van de staatssecretaris waarnaar BV X verwees, was niet van toepassing. Ook als het besluit wel van toepassing zou zijn, zou dat BV X niet baten omdat de inspecteur binnen drie maanden een voorlopige aanslag had opgelegd conform de aangifte. Het ging hier – anders dan in het besluit en in een arrest van de Hoge Raad van 25 september 2009 – om een situatie waarin de belastingschuld (terecht) hoger werd vastgesteld bij de aanslag dan de belastingschuld die uit de aangifte volgde. De belastingrente zag ook alleen op dat verschil. Het belopen van de belastingrente was een gevolg van het feit dat BV X een onjuiste aangifte had gedaan. Dat de fout direct geconstateerd had kunnen worden, bracht niet mee dat op grond van algemene beginselen van behoorlijk bestuur ook direct – of binnen drie maanden zoals BV X bepleitte – een definitieve aanslag opgelegd had moeten worden.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.