Handelen van inspecteur inconsequent maar wekte geen vertrouwen

Datum: 12 september 2018

In zijn aangifte IB 2014 bracht X € 9.911 in aftrek aan extra uitgaven voor vervoer in verband met ziekte en invaliditeit. De inspecteur beperkte de aftrek tot € 1.701. Hij bracht op de door X berekende 11.210 km 8.000 privĂ©-km’s in aftrek voor een vergelijkbare niet-invalide belastingplichtige. De 3.210 extra km’s waren volgens de inspecteur aftrekbaar tegen € 0,53 per km. Hof Arnhem-Leeuwarden was het daarmee eens. X had buiten de hoogte van de brandstofkosten geen enkel inzicht gegeven in de door hem gemaakte autokosten. Het Hof vond het ook niet aannemelijk dat X met de drie door hem in 2014 gebruikte – en sterk verschillende – auto’s een verbruik van gemiddeld 1 op 26,32 had weten te halen. Verder kon X volgens het Hof geen vertrouwen ontlenen aan de omstandigheid dat de inspecteur hem bij de aanslagregeling IB 2015 wel had gevolgd in zijn opvatting over het in aanmerking nemen van 5.110 normkilometers in plaats van 8.000. Dit handelen van de inspecteur was volgens het Hof weliswaar inconsequent ten opzichte van zijn handelen met betrekking tot de aanslag voor het voorafgaande jaar, maar vertrouwen dat ook voor het nog lopende geschil over het jaar 2014 alsnog 5.110 norm-km’s in aanmerking zouden worden genomen, kon daaraan niet worden ontleend. Van enige concrete aanwijzing dat de inspecteur dit ook zou hebben bedoeld en zijn eerder ingenomen standpunt zou hebben verlaten, of dat X dit als zodanig zou mogen begrijpen, was niets gebleken. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.