Verplaatsbare opslagtanks voor olie en vet geen roerende zaken

Datum: 10 augustus 2018

BV X was eigenaar van een terrein met een bedrijfsruimte, kantoor, een technische ruimte, een weegbrug en een damwand. Op het terrein stonden ook diverse opslagtanks (of silo’s) en een luchtdruktank. De tanks werden door BV X gebruikt voor de opslag en distributie en het mengen van oliën en vetten. De gemeente Nijmegen stelde de WOZ-waarde 2016 van de onroerende zaken van BV X vast op € 11.871.000. BV X ging in beroep en stelde dat de opslagtanks buiten de WOZ-waardering vielen omdat het roerende zaken waren. Subsidiair stelde zij dat de werktuigenvrijstelling op deze tanks van toepassing was en de WOZ-waarde in dat geval € 822.000 bedroeg. Hof Arnhem-Leeuwarden stelde voorop dat de tanks in beginsel zowel roerend als onroerend konden zijn. Voor de vraag of een bepaalde tank onroerend was, was doorslaggevend in hoeverre het naar buiten toe kenbaar was dat die tank was bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven. Gezien het bedrijf van BV X en de inrichting van het terrein, waaronder het (gedeeltelijk) vaste leidingnetwerk, de funderingen en de betonnen putten waarin een deel van de tanks was geplaatst, was het volgens het Hof naar buiten toe kenbaar dat de tanks op het terrein waren geplaatst om deze voor langere tijd – ten minste een aantal jaren – te laten staan en daarom met de bedoeling deze tanks duurzaam ter plaatse te laten blijven. Daaraan deed niet af dat de tanks (technisch) verplaatsbaar waren, in het kader van een grondsanering in het verleden daadwerkelijk waren verplaatst, sommige (kleinere) tanks waren vervangen door grotere en dat het voornemen bestond ook in de toekomst kleinere tanks te vervangen door grotere, of dat sommige tanks los stonden. Het Hof besliste verder dat voor zover elke tank was aan te merken als een werktuig, alleen de tot dit werktuig behorende apparatuur onder de werktuigenvrijstelling kon vallen. Alleen het roerwerk in elke tank kon volgens het Hof worden aangemerkt als zodanige apparatuur. Het Hof besliste dat noch de gemeente noch BV X de WOZ-waarden aannemelijk had gemaakt en stelde deze zelf in goede justitie vast op € 10 mln.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.