BTW-besluit maatstaf van heffing geactualiseerd

Datum: 10 juli 2018

De staatssecretaris heeft een nieuw besluit over de maatstaf van heffing in de BTW in de Staatscourant gepubliceerd. Het besluit vervangt en actualiseert eerder gepubliceerde beleidsbesluiten over de maatstaf van heffing. Het besluit bevat diverse beleidsmatige aanwijzingen en verduidelijkingen. In paragraaf 3 worden voorbeelden gegeven van gevallen waarin al dan niet sprake is van een rechtstreeks verband tussen vergoeding en prestatie. Het besluit geeft ook voorbeelden van doorlopende posten zoals de in Nederland gemaakte kosten voor de levering van energie voor landvoertuigen door de exploitant van het station die door de uitgever van een tankpas worden betaald in naam en voor rekening van de tankpashouder. Deze kosten moeten in dat geval individualiseerbaar zijn, bijvoorbeeld op basis van de kaartnummers en -registraties. Verder wordt goedgekeurd dat de kosten om het doorbelasten van de overdrachtskosten aan een koper bij een verkoop vrij op naam bij de verkoper buiten de BTW-heffing te laten. De kosten van de normale verpakking, waarvan bij terugzending aanspraak op terugbetaling bestaat (statiegeld) behoren volgens het besluit niet tot de vergoeding. Met betrekking tot het honorarium van een curator in faillissement wordt goedgekeurd dat de vergoeding wordt vastgesteld op het bedrag van het aanwezige boedelactief. Als de failliet de door de curator in rekening te brengen BTW niet in aftrek kan brengen is goedgekeurd dat de vergoeding wordt vastgesteld op 100/121e deel van het bedrag van het aanwezige boedelactief. Het besluit is op 10 juli 2018 inwerking getreden.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.