ANBI-status ook voor buitenlandse instelling vereist voor giftenaftrek

Datum: 13 juni 2018

X was in 2013 toegetreden tot beweging A waaraan zij in dat jaar diverse giften deed. Aan de binnenlandse instellingen van de als ANBI aangemerkte A gaf zij in 2013 in totaal € 1.550. Daarnaast gaf zij € 6.550 aan in het buitenland (waaronder in België) gevestigde instellingen van A. Deze buitenlandse instellingen waren niet aangemerkt als ANBI. De inspecteur weigerde de aftrek van de giften aan de buitenlandse instellingen. Hof Den Haag was het daar net als Rechtbank Den Haag mee eens. Een betaling om niet aan een instelling die voldeed aan in de artikel 5b AWR opgenomen definitie van een ANBI, werd slechts als aftrekbare gift in aanmerking genomen als de instelling bij voor bezwaar vatbare beschikking als ANBI was aangewezen. Dit beschikkingsvereiste gold zowel voor in Nederland als voor niet in Nederland gevestigde instellingen. De wetgever beoogde met het beschikkingsvereiste de handhaafbaarheid van de controle op buitenlandse instellingen zo goed mogelijk te waarborgen. Voor zover de toepassing van het beschikkingsvereiste op niet in Nederland gevestigde instellingen kon worden aangemerkt als een onvoldoende ongelijke behandeling van ongelijke gevallen, was de waarborging van de handhaafbaarheid van de giftenregeling daarvoor volgens het Hof een voldoende rechtvaardiging. Daaraan deed niet af dat een niet in Nederland gevestigde instelling niet van het beschikkingsvereiste op de hoogte was of kon zijn.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.