Beroep ontbonden BV tegen informatiebeschikking niet-ontvankelijk

Datum: 11 juni 2018

Op 1 maart 2017 werd de vereffening van de in juni 2015 ontbonden BV X heropend. Op 21 juni 2017 eindigde de vereffening, waardoor BV X op die datum ophield te bestaan. Op 30 augustus 2017 ging de voormalige vereffenaar van BV X in beroep tegen een informatiebeschikking met dagtekening 10 augustus 2016. Rechtbank Den Haag stelde voorop dat een niet-bestaande rechtspersoon geen rechtsmiddelen kon aanwenden. Een namens die niet (meer) bestaande rechtspersoon ingesteld beroep was dan ook in beginsel niet-ontvankelijk. Als na het tijdstip waarop de rechtspersoon was opgehouden te bestaan nog een schuldeiser opkwam of van een nagekomen bate bleek, kon de vereffening op grond van artikel 2:23c, lid 1, BW, op verzoek van een belanghebbende door de Rechtbank worden heropend. In dat geval herleefde de rechtspersoon ten behoeve van de afwikkeling van die heropende vereffening. Op basis van een informatiebeschikking kon echter niet worden verzocht om heropening van de vereffening. Er was geen sprake van het alsnog opkomen van een schuldeiser of een gerechtigde tot het saldo of van het alsnog blijken van het bestaan van een bate als bedoeld in artikel 2:23c, lid 1, BW. Met dagtekening 6 augustus 2016 was de aanslag Vpb 2015 aan BV X opgelegd, maar dit betrof een nihilaanslag en daarvoor was niet verzocht om heropening van de vereffening. Andere aanslagen waren, voor zover bekend, niet aan BV X opgelegd. De Rechtbank verklaarde het beroep tegen de informatiebeschikking daarom niet-ontvankelijk.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.