Door inspecteur vernietigde informatiebeschikking geen reden integrale PKV

Datum: 16 mei 2018

BV X maakte in 2011 afspraken met de inspecteur over haar deelname in een scheepvaart-CV en de toepassing van willekeurige afschrijving. In juli 2016 stelde de inspecteur een onderzoek in en concludeerde daaruit dat BV X in 2011 een verkeerde voorstelling van zaken had gegeven. Tijdens een bespreking in september 2016 was volgens de inspecteur door de adviseur van BV X aangegeven dat geen sprake was van een timecharter-contract van het schip waarover willekeurig werd afgeschreven. Uit informatie uit een derdenonderzoek bleek volgens de inspecteur dat er wel een timecharter-contract aanwezig was. De inspecteur legde daarom een informatiebeschikking op wegens schending van de inlichtingenplicht. BV X maakte bezwaar, omdat de geschetste voorstelling van zaken in de informatiebeschikking volgens haar onjuist was en de inspecteur niet onjuist was voorgelicht. De inspecteur beschikte niet over een exacte (schriftelijke) weergave van de bespreking in september 2016 en wilde een welles nietes situatie over wat tijdens het gesprek was gezegd voorkomen. Hij vernietigde daarom de informatiebeschikking. BV X ging in beroep en stelde dat zij recht had op een integrale proceskostenvergoeding (PKV), omdat de inspecteur in vergaande mate onzorgvuldig had gehandeld. Rechtbank Noord-Nederland besliste dat de inspecteur in de informatiebeschikking onvoldoende nauwkeurig had omschreven aan welke verplichting(en) BV X volgens hem niet had voldaan. De informatiebeschikking was volgens de Rechtbank ook niet bedoeld als een middel om tijdens een bespreking gegeven vermeende onjuiste verklaringen vast te leggen. De inspecteur had de informatiebeschikking ten onrechte aan BV X afgegeven. De Rechtbank was het echter niet met BV X eens dat de inspecteur in vergaande mate onzorgvuldig had gehandeld. De inspecteur had weliswaar niet de normaal van hem te achten zorgvuldigheid betracht, maar aan het nemen van de beschikking had intern beraad met een specialist bij de Belastingdienst op het gebied van formeel recht ten grondslag gelegen zodat volgens de Rechtbank niet kon worden gezegd dat de inspecteur de informatiebeschikking lichtzinnig had opgelegd. De Rechtbank verklaarde het beroep van BV X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 25-05-2018