Aanslag OZB voor pas op 2 januari leeggehaalde bedrijfsruimte niet juist

Datum: 15 mei 2018

X huurde per 1 juli 2015 een bedrijfsruimte voor een periode van vijf jaar. Op 6 december 2016 beëindigden X en de verhuurder de huurovereenkomst per 31 december 2016. Het pand zou op die datum leeg moeten zijn. Omdat het pand vol stond met artikelen voor woondecoratie en het een hele klus was om in de drukste tijd van het jaar het pand leeg op te leveren, leverde X het pand pas 2 januari 2017 leeg op en op 6 januari 2017 droeg hij de sleutel over aan de verhuurder. X ging in beroep tegen de aanslag OZB die de gemeente aan hem als gebruiker van de bedrijfsruimte had opgelegd. Ook ging hij in beroep tegen de reclamebelasting. Rechtbank Noord-Holland besliste dat X zijn onderneming die hij dreef met gebruikmaking van de bedrijfsruimte op 1 januari 2017 geheel of gedeeltelijk had gestaakt en dat hij de bedrijfsruimte na 1 januari 2017 niet meer als bedrijfsmiddel had gebruikt. Hij had echter nog wel tot 2 januari 2017 zaken in de bedrijfsruimte gehad. De Rechtbank besliste dat de activiteiten van X op 1 en 2 januari 2017 handelingen waren die niet meer inhielden dan het opruimen en schoonmaken van de bedrijfsruimte, en dat geen sprake was van de situatie waarin hij daadwerkelijk iets deed met de bedrijfsruimte. De Rechtbank verklaarde het beroep tegen de aanslag OZB gegrond. Dat gold niet voor de aanslag reclamebelasting omdat de reclame-uiting van X bij de bedrijfsruimte op 1 januari 2017 vanaf de openbare weg nog zichtbaar was. De gemeente had volgens de Rechtbank terecht één maand reclamebelasting in rekening gebracht.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.