Woning met zonnepanelen voor BTW geen energiecentrale

Datum: 16 april 2018

DGA X kocht in 2015 samen met zijn echtgenote een perceel bouwgrond en liet daarop een woning bouwen die 14,44% van het perceel bedekte. Op het dak van de woning lieten zij zonnepanelen installeren die verzonken waren in het dak, maar niet de functie van dakbedekking hadden. Op 1 september 2016 ging het echtpaar in de woning wonen. Vanaf dat moment verhuurde zij een werkkamer aan de BV van X waarbij zij kozen voor belaste verhuur. De werkkamer besloeg 9,4% van de woning en de BV mocht ook gebruikmaken van de overige ruimten. X vroeg over het derde kwartaal 2016 € 157.721 aan BTW terug. De inspecteur verleende echter alleen aftrek van voorbelasting voor de werkkamer en verleende een teruggaaf van € 14.226 (9,4% van de BTW op de bouwkosten van de woning) en (9,4% x 14,44%) 1,36% van de BTW op de aanschaf van het perceel. Het echtpaar ging in beroep en stelde dat er een pand nodig was om de panelen op te plaatsen en om de benodigde hoogte te bereiken in de bosrijke omgeving. Het gehele pand was daarom zakelijk geëtiketteerd onder beperking van de woonfunctie. Omdat 2/3 van de opgewekte energie tegen vergoeding aan het net werd geleverd, was de woonfunctie volgens het echtpaar beperkt tot 1/3 van de woning. Rechtbank Gelderland was het niet met de echtelieden eens dat het gehele nieuwgebouwde pand ten dienste stond aan en bestemd was voor de opwekking van energie ("de energiecentrale"). Zij hadden namelijk een woning gebouwd om in te wonen en moesten van de gemeente voldoen aan duurzaamheidsvereisten. Het feit dat het exploiteren van de zonnepanelen BTW-ondernemerschap opleverde, leidde er niet tot dat de gehele woning moest worden gezien als een energiecentrale. De Rechtbank verwees naar een soortgelijke uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 28 november 2017. Het Hof had het aantal vierkante meters van het dak waarop de zonnepanelen waren bevestigd als zakelijke meters aangemerkt en deze meters afgezet tegen de vierkante meters nuttige ruimte binnenin de woning. De Rechtbank zag geen aanleiding om af te wijken van deze uitspraak. Daarbij merkte de Rechtbank nog op dat het voor de beoordeling niet uitmaakte of de zonnepanelen zodanig in de woning waren geïntegreerd dat zij een bestanddeel waren geworden van de onroerende zaak of dat de zonnepanelen nog als roerend moesten worden gezien. Omdat alleen de meters onder de zonnepanelen als zakelijk gebruik voor de zonnepanelenonderneming konden worden gezien, kon ook alleen voor dat deel aftrek worden geclaimd. De Rechtbank besliste verder dat belaste verhuur van een onzelfstandig gedeelte van de woning alleen mogelijk was als dit onzelfstandige gedeelte volledig zakelijk werd gebruikt. Ten aanzien van het perceel gold hetzelfde. Het perceel werd grotendeels voor woondoeleinden gebruikt, zodat de inspecteur terecht alleen het deel van het perceel dat direct viel toe te rekenen aan de werkkamer (meters grond onder de werkkamer) had meegenomen in zijn berekening van het zakelijk gebruik van het perceel. De Rechtbank verklaarde het beroep van het echtpaar gegrond, omdat het zakelijk gebruik van de woning toenam tot 12,5% (9,4% +3,1%). De Rechtbank droeg de inspecteur op om de teruggaaf opnieuw te berekenen uitgaande van 12,5% van de bouwkosten van de woning en 1,36% van de grond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 14-12-2018