Boete van 50% voor onterechte verrekening van loonheffing van tafel

Datum: 16 april 2018

De inspecteur legde aan A een navorderingsaanslag IB op wegens onterechte verrekening van loonheffing en verhoogde die met een boete van 50%. Volgens de inspecteur was sprake van "opzettelijke schuld" van A. A ging in beroep en stelde dat geen sprake was van opzet en dat de boete onevenredig hoog was. Rechtbank Gelderland besliste dat A kon worden verweten dat hij onvoldoende zorgvuldig was geweest, en hem wellicht ook wel kon worden verweten dat hij te lichtvaardig was uitgegaan van de juistheid van de jaaropgave. Dit ging volgens de Rechtbank echter niet zo ver dat kon worden gezegd dat A ten minste bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat hij bij het doen van aangifte IB over 2010 van een te laag inkomen was uitgegaan of loonheffing zou verrekenen die niet was ingehouden. De inspecteur had volgens de Rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van (voorwaardelijk) opzet tot het doen van een onjuiste aangifte en het bewerkstelligen dat te weinig belasting is geheven. De Rechtbank vernietigde daarom de boetebeschikking.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.