Afbouw algemene heffingskorting niet in strijd met EVRM

Datum: 13 april 2018

X had in 2013 inkomen uit werk en woning. Zijn echtgenote Y genoot geen inkomsten. Zij kreeg de algemene heffingskorting uitbetaald tot een bedrag van € 1.468. De maximale algemene heffingskorting bedroeg in 2013 € 2.001, maar de verhoging van de algemene heffingskorting voor de minstverdienende partner werd met ingang van 2009 afgebouwd. Het echtpaar ging in beroep. Hof Den Bosch besliste dat de maatregel in artikel 8.9, lid 2, Wet IB niet in strijd was met het IVBPR of het EVRM. Het echtpaar ging in cassatie. De Hoge Raad besliste dat de regeling van artikel 8.9, lid 2, laatste volzin, Wet IB, voor zover die regeling een inmenging in privé-, familie- of gezinsleven vormde, niet een inmenging was die onverenigbaar was met artikel 8 EVRM. Zij was bij wet voorzien en de met de regeling nagestreefde doelen van onder meer budgettaire en sociaaleconomische aard dienden het economisch welzijn van het land als bedoeld in artikel 8, lid 2, EVRM. De keuze van de wetgever om ter verwezenlijking van die doelen de algemene heffingskorting te beperken, viel volgens de Hoge Raad binnen de beoordelingsvrijheid van de wetgever. De Hoge Raad verwierp ook de stelling dat de versnelde afbouw van de algemene heffingskorting voor de minstverdienende partner in strijd was met artikel 26 IVBPR en artikel 14 EVRM, omdat zij een niet te rechtvaardigen ongelijke behandeling teweegbracht van één- en tweeverdienersgezinnen of gezinnen met voldoende en onvoldoende inkomen om de algemene heffingskorting te verzilveren. De wetgever kwam op fiscaal gebied in het algemeen een ruime beoordelingsvrijheid toe bij het beantwoorden van de vraag of gevallen als gelijk moesten worden beschouwd en of er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestond om gelijke gevallen toch verschillend te regelen. Deze ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever in belastingzaken omvatte volgens de Hoge Raad bij uitstek de verdeling van de belastingdruk over categorieën belastingplichtigen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 14-12-2018