Stelling over administratie hoorde in procedure over informatiebeschikking

Datum: 13 februari 2018

BV X exploiteerde een schoonmaakbedrijf en leende daarnaast personeel uit aan andere bedrijven in de schoonmaakbranche. De inspecteur hield in maart 2011 een boekenonderzoek bij BV X naar de juistheid van de aangiften loonheffingen over april tot en met december 2008. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffingen op van € 46.177 met een vergrijpboete van EUr 13.000 omdat de aantallen uren die BV X op haar facturen aan haar opdrachtgevers had vermeld niet overeenkwamen met de aantallen uren die volgens de administratie van BV X door haar waren verloond. Het verschil was volgens de inspecteur ten onrechte buiten de loonheffing gebleven. BV X ging in beroep en stelde dat die uren niet daadwerkelijk door haar werknemers waren gewerkt. Volgens BV X ging het om zogenoemde "winsturen" – winst die zij had gemaakt doordat zij aan haar opdrachtgevers meer uren in rekening had gebracht dan de tijd die daadwerkelijk gemoeid was met de betreffende schoonmaakwerkzaamheden. Volgens de inspecteur was het door de manier waarop BV X haar administratie voerde niet mogelijk om vast te stellen welke uren door een werknemer waren gewerkt en dat bovendien door de afwezigheid van een goede kasadministratie niet kon worden vastgesteld of en welke uren waren uitbetaald. Rechtbank Noord-Holland besliste dat de inspecteur hiermee feitelijk stelde dat BV X niet had voldaan aan de administratieplicht van artikel 52 AWR. Die stelling hoorde volgens de Rechtbank echter thuis in een procedure over een informatiebeschikking, en kon daarom niet in deze zaak niet tot de conclusie leiden dat BV X te weinig loon had aangegeven. De Rechtbank vernietigde de naheffingsaanslag en de boete en kende BV X een schadevergoeding toe van € 3.500 vanwege een overschrijding van de redelijke termijn.

Twitter
Facebook
LinkedIn