Sociaal plan met vrijwilligersregeling volgens A-G geen RVU

Datum: 12 januari 2018

BV X kondigde in april 2013 een reorganisatie aan waardoor 230 arbeidsplaatsen zouden vervallen. Op 22 mei 2013 kwam BV X met de vakbonden een sociaal plan overeen. Daarin waren boventallige werknemers aangewezen volgens het afspiegelingsbeginsel bij onderling uitwisselbare functies. Het sociaal plan bevatte een vrijwilligers- en een plaatsmakersregeling. BV X vroeg de inspecteur om een beschikking af te geven als bedoeld in artikel 32ba, lid 7, Wet LB. De inspecteur gaf de beschikking echter niet af. BV X ging in beroep. Hof Den Bosch besliste dat het sociaal plan niet kwalificeerde als een regeling voor vervroegde uittreding (RVU) als bedoeld in artikel 32ba, lid 6, Wet LB. De staatssecretaris ging in cassatie. A-G Niessen heeft hierop een conclusie genomen. Noch de op grond van het sociaal plan noch de op grond van de vrijwilligers- en plaatsmakersregeling verstrekte uitkeringen hadden volgens de A-G tot doel te dienen voor de overbrugging of aanvulling van het inkomen van de (gewezen) werknemer tot de pensioendatum. Ook als naar de feitelijke uitwerking van de vrijwilligers- en plaatsmakersregeling werd gekeken, was deze regeling volgens de A-G niet gericht op het uitsluitend of nagenoeg uitsluitend voorzien in uitkeringen ter overbrugging van de periode tot het ingaan van het pensioen of AOW. De A-G adviseerde de Hoge Raad het beroep in cassatie van de staatssecretaris ongegrond te verklaren.

Twitter
Facebook
LinkedIn