Werknemersbonussen voor succesvolle overname aftrekbaar

Datum: 11 januari 2018

Coöperatie X en dochter-BV A en kleindochter BV-B vormden een f.e. voor de Vpb en waren eind 2010 opgericht met het oog op de overname van de C-groep, een kledingketen. De definitieve overname vond plaats in januari 2011. Vanwege de succesvolle overname kregen bepaalde werknemers van de C-groep onder een aantal opschortende voorwaarden een bonus toegekend. Deze voorwaarden waren eind 2009 vastgelegd in een overeenkomst. X bracht het eerste deel van de bonussen ( € 3,3 mln) in haar aangifte Vpb 2010/2011 in mindering op haar winst. De inspecteur was het daar niet mee eens en corrigeerde de aangifte. X ging in beroep. Rechtbank Noord-Holland besliste dat het eerste deel van de bonussen pas vanaf de levering van de aandelen in de C-groep op 31 januari 2011 juridisch afdwingbaar was. Goed koopmansgebruik stond toe winst uiterlijk te nemen op het moment van het vervullen van de opschortende voorwaarden. De Rechtbank was het niet met de inspecteur eens dat op een eerder moment, bijvoorbeeld al ten tijde van de verkoop van de aandelen, werd voldaan aan de opschortende voorwaarden waaronder de bonussen waren toegekend en dat op dat moment een juridisch afdwingbare verplichting tot uitbetaling van de bonussen bestond. Goed koopmansgebruik verplichtte er volgens de Rechtbank niet toe eerder een voorziening op te nemen voor de toegekende bonussen. Goed koopmansgebruik verplichtte er ook niet toe de kosten inzake de bonussen toe te rekenen aan een eerder moment, zoals aan het jaar van toekenning of aan het jaar waarin met de bonussen samenhangende werkzaamheden waren verricht. Het moment van daadwerkelijke uitbetaling van de bonussen was volgens de Rechtbank evenmin bepalend. X kon het eerste deel van de bonussen in aftrek brengen in haar eerste boekjaar, dat liep tot en met 31 januari 2011.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.