Convertible instruments deelnemerschapsleningen, vergoedingen niet aftrekbaar

Datum: 11 January 2018

Coöperatie X en dochter-BV A en kleindochter BV-B vormden een f.e. voor de Vpb en waren eind 2010 opgericht met het oog op de overname van de C-groep, een kledingketen. De definitieve overname vond plaats in januari 2011. X beschikte daarvoor over vermogen dat was verkregen op aan haar leden uitgegeven "convertible instruments". De inspecteur weigerde de aftrek van de betaalde rente op de convertible instruments. X ging in beroep. Rechtbank Noord-Holland besliste dat de vergoeding op de convertible instruments niet aftrekbaar was op grond van artikel 10, lid 1, onderdeel d, Wet Vpb omdat sprake was van een deelnemerschapslening. De vergoeding op de convertibele instruments was winstafhankelijk en de convertible instruments waren achtergesteld bij alle crediteuren. Ook volgde volgens de Rechtbank uit de voorwaarden van de convertible instruments, de bepalingen in de aangepaste ledenovereenkomst en de overige omstandigheden waaronder de lening was verstrekt, dat de schuld uit hoofde van de convertible instruments geen vaste looptijd had en dat deze schuld slechts opeisbaar was bij faillissement, surséance van betaling of liquidatie. Daaraan deed niet af dat de schuld uit hoofde van de convertible instruments een looptijd had van 40 jaar. Volgens de Rechtbank was aannemelijk dat de schuld uit hoofde van de convertible instruments zou worden afgewikkeld gelijktijdig met de afwikkeling van het kapitaal en dat de geldlening feitelijk functioneerde als eigen vermogen van X. De convertible instruments waren volgens de Rechtbank onder zodanige voorwaarden aangegaan dat deze feitelijk functioneerden als eigen vermogen van X.

Twitter
Facebook
LinkedIn