Hof zag geen mogelijkheid tot beroepsverbod voor belastingadviseur

Datum: 14 November 2017

De strafkamer van Rechtbank Gelderland veroordeelde belastingadviseur X in 2016 tot een gevangenisstraf van 15 maanden, onder meer voor het doen van onjuiste aangiften LB en BTW en het voeren van een onjuiste administratie. Daarnaast ontzette de Rechtbank hem vanwege recidive gedurende vijf jaar van het recht om het beroep van belastingadviseur uit te oefenen. X ging in hoger beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden achtte bewezen dat X gedurende een langere periode leiding had gegeven aan het doen van onjuiste aangiften en een gebrekkige administratie had gevoerd, wat had geleid tot een aanzienlijke benadeling van de Staat. Het betrof bovendien diverse vennootschappen waar X verantwoordelijk was voor de financiële en administratieve gang van zaken. X had volgens het Hof het in hem als ondernemer gestelde vertrouwen op ernstige wijze misbruikt. Daar kwam bij dat X werkzaam was als belastingadviseur en van hem mocht worden verwacht dat hij het belang van het voeren van een volledige en juiste administratie en het doen van tijdige en correcte aangiften inzag en overeenkomstig handelde. Anders dan de Rechtbank legde het Hof X echter geen beroepsverbod op. Uit de wetshistorie bleek volgens het Hof namelijk dat een verdachte kon worden "ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf heeft begaan". Aangezien de ten laste gelegde feiten zijn eigen administraties betroffen, waren de feiten niet gepleegd in de uitoefening van zijn beroep en was het opleggen van een beroepsverbod niet toegelaten. Het Hof veroordeelde X tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden.

Twitter
Facebook
LinkedIn

Viditax 17-11-2017