Rechtbank kon vraag over fiscaal inwonerschap VS nog niet beantwoorden

Datum: 13 November 2017

X aanvaardde in 2011 een aanstelling als hoogleraar aan een universiteit in de Verenigde Staten. Hij huurde een appartement en verzekerde zich voor zijn ziektekosten in de VS. Ook had hij daar een bankrekening. Hij hield gedurende zijn verblijf in de VS zijn Nederlandse woning en bankrekeningen aan. Eind 2012 kwam X terug naar Nederland en ging weer in Nederland werken. De inspecteur merkte X in 2011 en 2012 aan als binnenlands belastingplichtige. Hij nam het loon uit de VS in aanmerking in de grondslag van het belastbaar inkomen uit werk en woning en verleende geen vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting. X ging in beroep. Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste dat aan X kon worden toegegeven dat het zwaartepunt van zijn persoonlijk leven in 2011 en 2012 in de VS lag. Maatgevend was echter of tussen X en Nederland gedurende het verblijf in de VS een zo duurzame betrekking van persoonlijke aard was blijven bestaan dat hij in de zin van artikel 4, lid 1, AWR ook tijdens zijn afwezigheid in Nederland had gewoond. Dat was volgens de Rechtbank het geval. Hij had onder meer zijn woning in Nederland voor eigen gebruik aangehouden en zijn verblijf in de VS was slechts tijdelijk geweest. X was daarom terecht aangeslagen als binnenlands belastingplichtige. De Rechtbank besloot vervolgens echter het onderzoek te heropenen en iedere verdere beslissing aan te houden. Nadat X het verweerschrift van de inspecteur had ontvangen, had hij aangevoerd dat hij fiscaal ook inwoner was van de VS en dat daarom het heffingsrecht niet aan Nederland toekwam. Daarbij was volgens de Rechtbank, anders dan waarvan de inspecteur mogelijk was uitgegaan, de omstandigheid dat van X feitelijk geen IB was geheven in de VS, niet doorslaggevend voor de beantwoording van de vraag of X fiscale VS-inwoner was. Partijen hadden zich volgens de Rechtbank nog onvoldoende uitgelaten over hun standpunten – waaronder die ter zake van de gevolgen voor de aanslag op andere onderdelen dan de VS-looninkomsten – voor het geval de Rechtbank X in het gelijk zou stellen.

Twitter
Facebook
LinkedIn

Viditax 17-11-2017