Reis- en verblijfkosten voor cursus Patent Litigation aftrekbaar

Datum: 11 October 2017

X verrichtte werkzaamheden met betrekking tot procesvoering over intellectuele-eigendomszaken, die hij aangaf als resultaat uit overige werkzaamheden. In 2011 volgde hij een rechtenstudie in Leiden en een cursus "Patent Litigation in Europe" aan de universiteit van Straatsburg. De daarvoor gemaakte reis- en verblijfkosten van € 3.825 trok hij af als scholingsuitgaven. De inspecteur weigerde de aftrek. X ging in beroep. Anders dan Rechtbank Den Haag besliste Hof Den Haag dat X de zakelijkheid van de kosten van de studie en cursus aannemelijk had gemaakt. De Hoge Raad besliste op het beroep in cassatie van de staatssecretaris dat kosten van cursussen, (beroeps)opleidingen en studie alleen dan in aanmerking konden worden genomen als die kosten strekten tot het op peil houden van reeds verworven vakkennis. De Hoge Raad verwees de zaak naar Hof Amsterdam. Het verwijzingshof besliste dat de cursus kon worden aangemerkt als een cursus voor het op peil houden van reeds verworven vakkennis over procesvoering inzake intellectuele eigendomszaken. De cursus voorzag in een aanvulling van de kennis van X die geboden was om te voorkomen dat de bestaande werkzaamheid van X aan economische betekenis inboette. De reis- en verblijfkosten in verband met de cursus ( € 3.002) hadden een zakelijk karakter en X had recht op aftrek tot het maximum bedrag van € 1.500 als bedoeld in artikel 3.16, lid 2, onder f, Wet IB 2001. Aangezien X voor de cursus al recht had op aftrek van het maximumbedrag, liet het Hof in het midden of de reiskosten in verband met de rechtenstudie zakelijk waren.

Twitter
Facebook
LinkedIn