Inkomsten uit afpersen vastgoedhandelaar resultaat uit overige werkzaamheden

Datum: 30 augustus 2017

De politie stelde na de moord op vastgoedhandelaar E in 2004 een onderzoek in naar X, omdat E in het verleden bij de politie had verklaard dat hij werd afgeperst door H en dat X de ontvanger was van het geld. In oktober 2006 werd X strafrechtelijk vervolgd wegens het witwassen van ruim € 17 mln. De Belastingdienst had toen al aangekondigd navorderingsaanslagen IB te zullen opleggen aan X. In juni 2010 veroordeelde de strafrechter X tot 4,5 jaar. In hoger beroep werd hij veroordeeld tot 4 jaar en dit vonnis werd bevestigd door de Hoge Raad. X was intussen in beroep gegaan tegen de in 2010 opgelegde navorderingsaanslagen IB 2001-2005 met boeten van 50%. De belastingkamer van Rechtbank Noord-Holland besliste dat X binnenlands belastingplichtig was in Nederland en ook voor de toepassing van het belastingverdrag met het VK moest worden beschouwd als inwoner van Nederland. Vervolgens besliste de Rechtbank dat het aannemelijk was dat X de bedragen had verworven en voorhanden had gehad en dat het betalingen betrof die waren verricht in het kader van de afpersing van E door H. X had voor de verwerving en het voorhanden krijgen van de gelden zelf de nodige werkzaamheden verricht, zodat de betalingen van E volgens de Rechtbank voor X kwalificeerden als resultaat uit overige werkzaamheden. De Rechtbank handhaafde de totale correctie van ruim € 17 mln in de jaren 2002, 2003 en 2004. X ging tevergeefs in hoger beroep. Hof Amsterdam heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Het Hof verwierp de stelling van X dat hij hooguit als kassier kon worden aangemerkt en de ontvangen bedragen aan H schuldig was. Het viel niet uit te sluiten dat X op dit punt de waarheid sprak, maar het lag op zijn weg om het noodzakelijke bewijs te leveren; niet alleen omdat hij degene was die over dergelijke bewijsmiddelen zou kunnen beschikken, maar ook omdat hij degene was die stelde dat de werkelijkheid afweek van de situatie zoals hij die naar buiten toe had gepresenteerd. Dat bewijs had X echter niet geleverd. Het Hof was het ook eens met de beslissing van de Rechtbank om de boeten van 50% te verminderen naar 25% omdat de correcties waren vastgesteld met de omkering van de bewijslast.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.